Last Suppers
Tijdens mijn studie beeldende kunst heb ik een enorme fout gemaakt: ik heb niet genoeg
feministische kunst gemaakt. Afgelopen semester heb ik zo vaak gehuild omdat mijn lichaam, mijn geest, alles wat ik als van mij beschouw, niet weet hoe het, zelfs in een aangenomen
mannelijkheid, de vrouwelijke wijsheid moet oproepen. Ik denk als een man, ik werk als een man,
ik maak zelfs kunst als een man, terwijl er een overproductie was van alles wat met
mannen te maken had. Je mag gerust lachen. De esthetiek van mannen is buitengewoon, en
de esthetiek van vrouwen wordt vergeleken met massaproductie – niet heilig omdat
ze beweert dat er naar enorme maatschappelijke problemen moet worden gekeken in plaats van de viering van het zelf. Mijn laatste project aan de kunstacademie Minerva is een reeks vragen
rond religieuze wortels en honger. Waarom wilden men vrouwen in de fruitmand plaatsen, als bijgerecht, in de rol van verzamelaars, in plaats van hen te zien als partners van de belangrijkste voedselvoorzieners voor gezinnen? Het land waar ik vandaan kom heeft een zeer levendige oude traditie van het maken van twaalf gerechten op kerstavond. De twaalf gerechten werden meestal bereid door grootmoeders, moeders, zussen, tantes, dochters, kleindochters, zelfs buren, en iedereen die de smaak en recepten aan volgende generaties wilde doorgeven. Nu bestellen gezinnen twaalf soorten sushi bij de sushirestaurants in Litouwen. Ik wil hier geen oordeel vellen – het is een hele klus om twaalf gerechten onder de knie te krijgen. Tijdens mijn studie beeldende kunst raakte ik betrokken bij en ging ik werken in de voedingsindustrie, waar het beroep van chef-kok wordt gezien als een mannelijk beroep en daar ook op wordt vertrouwd. Bij het samenstellen van een menu voor de afstudeershow met twaalf gerechten, bedoeld als een viering van diversiteit (zomereditie), zet ik oude tradities af tegen de concurrentie in de professionele keuken, waarbij ik
het hongervraagstuk als centraal thema in het kookproject heb opgenomen. In een
door armoede geteisterd land ging het gezegde: „Als er alleen nog brood op tafel ligt, is er geen honger”. Is dat zo?